Elektronische informatie- en communicatiemiddelen (EIC)-modelregeling
voor personeel PO

Artikel 1
Doel en werkingssfeer
van deze regeling
1.1 Deze regeling geeft de wijze aan waarop binnen de PCSV wordt omgegaan met elektronische informatie- en communicatiemiddelen (EIC). Deze regeling omvat gedragsregels ten aanzien van verantwoord gebruik en geeft regels over de wijze waarop controle plaats vindt.
1.2 Onverantwoord gebruik is gebruik tegenstrijdig aan de doelstelling en identiteit van de school, zowel in persoonlijk gebruik als in relatie tot anderen binnen of buiten de school. Hierbij wordt in het bijzonder gedacht aan illegale toepassingen van bestanden, godslasterlijke, beledigende, aanstootgevende, gewelddadige, racistische, discriminerende, intimiderende, pornografische toepassingen, zinloos tijdverdrijf en /of toepassingen die strijdig zijn met de wet of als onethisch te karakteriseren zijn.
1.3 De controle op persoonsgegevens bij gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen vindt plaats met als doel het tegengaan van onverantwoord gebruik als ook uit oogpunt van beveiliging van het netwerk.
1.4 Deze regeling geldt voor een ieder die ten behoeve van de PCSV werkzaamheden verricht.
 
Artikel 2
Algemene
uitgangspunten
2.1 Gestreefd wordt naar een goede balans tussen controle op verantwoord gebruik en bescherming van de privacy van personeelsleden op de werkplek.
2.2 De controle op gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen zal overeenkomstig deze regeling uitgevoerd worden.
2.3 De schoolleiding treft voorzieningen over de positie en integriteit van de i.c.t coördinator. Dit laat onverlet het bepaalde in artikel 5.5.
 
Artikel 3
Gebruik van
elektronische
 informatie- en communicatiemiddelen

3.1 Het gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen is primair verbonden met taken/bezigheden die voortvloeien uit de functie van het personeelslid. Gedragsregels die gelden voor het ondertekenen van schriftelijke correspondentie, het vertegenwoordigen van de school, het verzenden van post, zijn ook van toepassing op gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen.
3.2 Personeelsleden mogen elektronische informatie- en communicatiemiddelen beperkt, incidenteel en kortstondig gebruiken voor persoonlijke doeleinden mits dit niet storend is voor de dagelijkse werkzaamheden of het systeem en mits hierbij wordt voldaan aan de verdere regels van deze regeling.
3.3 Het is niet toegestaan om elektronische informatie- en communicatiemiddelen zodanig te gebruiken dat het systeem- en/of de beveiliging opzettelijk worden aangetast, of de inhoudelijke communicatie tegenstrijdig is aan de doelstelling en identiteit zoals omschreven in artikel 1.2.
3.4 Het is in het bijzonder niet toegestaan om:
• bewust sites te bezoeken die pornografisch, racistisch, discriminerend, beledigend of aanstootgevend materiaal bevatten;
• bewust pornografisch, racistisch, discriminerend, beledigend of aanstootgevend materiaal te bekijken of te downloaden of te verspreiden;
Gaat het bij de bovenstaande punten om kinderpornografie dan wordt de (bovenschoolse) directie onmiddellijk ingelicht en zal er aangifte worden gedaan.Rechtspositioneel zullen dan passende maatregelen genomen worden.

• bewust informatie waartoe men via elektronische informatie- en communicatiemiddelen toegang heeft verkregen zonder toestemming te veranderen of te vernietigen;
• actief aan te geven aan webwinkels dat belangstelling bestaat voor het ontvangen van productinformatie voor eventuele latere bestellingen in de privé-sfeer;
• bestanden te downloaden die geen verband houden met studie en/of werk;
• software en applicaties te downloaden zonder voorafgaande toestemming van de i.c.t.-coördinator.
• anoniem of onder een fictieve naam via elektronische informatie- en communicatiemiddelen te communiceren;
• op dreigende, beledigende, seksueel getinte, racistische dan wel discriminerende manier via elektronische informatie- en communicatiemiddelen te communiceren;
• inkomende privé-berichten te genereren door het deelnemen aan niet-zakelijke nieuwsgroepen, abonnementen op e-zines, elektronisch winkelen, down- en uploaden van bestanden, nieuwsbrieven en dergelijke;
• een mobiele telefoon van de vereniging te gebruiken in het buitenland zonder uitdrukkelijke toestemming van het bevoegd gezag;
• iemand lastig te vallen.
3.6 Het is niet toegestaan om foto’s, video’s of ander materiaal van op school werkzame personen of leerlingen of andere bij de school betrokkenen via elektronische informatie- en communicatiemiddelen bekend te maken. Voor het bekend maken van foto’s waarop personen zijn afgebeeld is voorafgaande toestemming van betrokkene of diens wettelijke vertegenwoordiger vereist.
3.7 Het is ook anderszins niet toegestaan om door middel van elektronische informatie- en communicatiemiddelen in strijd met de wet of onethisch te handelen.
3.8 User-identifcatie (gebruikersnaam) en authenticatie (bijvoorbeeld wachtwoord) zijn persoonsgebonden en mogen niet aan anderen worden doorgegeven. Er wordt voor de invaller een account aangemaakt zodat de lesstofgebonden materialen toegankelijk zijn.
3.9 Onbedoelde inbreuken op beveiliging, van binnenuit of van buiten de school dienen onmiddellijk aan de systeembeheerder gemeld te worden.

Bijzondere aandacht verdienen de contacten via de EIC-apparatuur van leerkrachten en andere medewerkers van de PCSV met leerlingen van de school. Deze individuele contacten als ook groepscontacten staan in de context van de pedagogische relatie die de medewerker vanuit zijn / haar werk met deze leerling (en) onderhoudt. De rol die de medewerker vanuit zijn/haar functie vervult is die van (mede)opvoeder en heeft geen gelijkheidsstatus en valt derhalve niet onder de sfeer van vriendencontacten of - sites. De PCSV hecht eraan dat door de medewerkers vanuit hun professie de pedagogische relatie wordt bewaakt, ook via de EIC-middelen. Daarom laten medewerkers van de PCSV geen leerlingen toe op de eigen soc.netwerksites.
Ook de vriendencontacten met ouder(s) van de school via de EIC vragen om terughoudendheid. Het kan niet zo zijn dat deze vriendenouders via de medewerker van de PCSV beschikken over informatie inzake schoolzaken die in principe niet openbaar is.
Bij de mailcontacten met verzorger(s) en ouder(s) gaat het om het doorgeven van informatie. Zaken die discussie behoeven en/of om nadere uitleg vragen gaan niet per mail. Daarvoor ga je met elkaar in gesprek.
 
Artikel 4
Meldingsplicht
Een vermoeden van misbruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen moet direct worden gemeld bij schoolleiding.
 
Artikel 5
Controle
5.1 Controle op gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen vindt slechts plaats in het kader van in artikel 1.2 en 1.3 genoemde doelen.
5.2 De (bovenschoolse)* schoolleiding informeert de personeelsleden voorafgaand aan de invoering van de regeling over controle op elektronische informatie- en communicatiemiddelen, omtrent de doeleinden, de aard van de gegevens, de omstandigheden waaronder zij verkregen zijn en de inhoud van deze regeling.
5.4 Controle vindt in beginsel steekproefsgewijs plaats.
5.5 Als een lid van de (bovenschoolse)* schoolleiding of de i.c.t.-coördinator merkt of er op geattendeerd wordt dat het EIC-gedrag van een personeelslid niet binnen deze kaders verloopt, wordt de collega hier op gewezen door de schoolleiding en wordt een controle van zijn EIC-acties door bevoegde personen als mogelijkheid genoemd.
5.6 Elektronische informatie- en communicatieberichten van de (bovenschoolse)* schoolleiding, bestuursleden, vertrouwenspersonen en andere personeelsleden met een vertrouwensfunctie, gecommuniceerd in het kader van hun functie, zijn in beginsel uitgesloten van controle. Dit geldt niet voor de controle bij een ernstig vermoeden van misbruik.
5.7 Indien een personeelslid of een groep personeelsleden ervan wordt verdacht de regels te overtreden, kan gedurende een vastgestelde (korte) periode gerichte controle plaatsvinden. De schoolleiding meldt dit aan bovenschoolse directie..
5.8 Personeelsleden, ten aanzien van wie geconstateerd is dat zij zich niet aan deze regeling houden, worden zo spoedig mogelijk door de leidinggevende op hun gedrag aangesproken.
5.9 Blijkt dat dit niet leidt tot de gewenste situatie en er opnieuw wordt gehandeld in strijd met deze regeling, dan beslist de bovenschoolse directie over de al dan niet te nemen maatregelen. Tot deze maatregelen kan ontslag uit het dienstverband behoren.
 
Artikel 6
Inwerkingtreding en citeertitel
Deze EIC-regeling voor personeel treedt in werking vanaf jan. 2011…..
De EIC-regeling is vastgesteld door het bevoegd gezag en de GMR en vervangt eventuele vorige versies.





  * Indien van toepassing.