| Algemeen: | De Vereniging PCSV, gevestigd te
Voorschoten,verklaart het onderhavige
protocol van toepassing op het door de
scholen Het Kompas, Fortgensschool en
PCB Gevers Deynoot georganiseerde
groepsvervoer van leerlingen van en
naar school en naar andere
bestemmingen in het kader van
schoolactiviteiten. Met dit protocol
wordt beoogd voorschriften te geven
aan het schoolbestuur, personeel,
ouders c.q. vrijwilligers en andere
partijen die het leerlingenvervoer
verzorgen, teneinde daarmee de
verkeersveiligheid van leerlingen
zoveel mogelijk te waarborgen.
Wettelijke regels die van toepassing
zijn op leerlingenvervoer, zoals
omschreven in de Wegenverkeerswet, de
Wet Personenvervoer en de Regeling
Zitplaatsverdeling Bussen en Auto’s
(ingaande per 1 september 2002) vinden
hun weerslag in dit protocol. De
directie draagt zorg voor zowel het
bekendmaken van dit protocol aan de
betrokken partijen als wel toezicht op
de naleving van dit protocol door die
partijen. |
| 1. Definities: | In dit protocol wordt verstaan
onder: a. Regulier leerlingenvervoer:
het door de school georganiseerd
persoonsvervoer van leerlingen.
Hieronder wordt uitdrukkelijk niet
verstaan het vervoer van de eigen
kinderen door ouders van en naar
school. b. Verzekering: zowel een WA
verzekering als een
inzittendenverzekering. |
| 2.1. Regulier leerlingenvervoer: | De chauffeur neemt het volgende in
acht: a. Verkeersregels: De chauffeur houdt zich aan de verkeersregels. Met name aan de maximumsnelheden. |
| 2.2. Aantal te vervoeren personen: | a. Het aantal te vervoeren
personen is gekoppeld aan het aantal
zitplaatsen. Het aantal zitplaatsen is
terug te vinden op het keuringsbewijs
van taxi’s, bussen en personenauto’s
die in het vervoermiddel aanwezig moet
zijn. b. Bovenstaande betekent dat er niet meer kinderen vervoerd worden dan er zitplaatsen zijn. |
| 2.3. Voor- of achterin: | a. Kinderen moeten bij voorkeur
achterin zitten. b. Alleen kinderen van twaalf jaar en ouder of onder de twaalf jaar met een lengte van 1,50 m of langer mogen voorin zitten. c. Volgens het reglement Verkeersregels en verkeerstekens is vervoer van personen in de laadruimte van een auto (achterbak van een stationauto) en in een aanhanger verboden. |
| 2.4. Autogordels: | Er worden niet meer kinderen
vervoerd dan er gordels zijn. b. Kinderen kleiner dan 1,50 m mogen driepuntsgordels als heupgordel gebruiken. c. Er wordt op gelet dat de kinderen de autogordels tijdens het rijden niet afdoen. d. Indien aanwezig wordt er gebruik gemaakt van kindersloten. e. Vanaf 1 januari 2006 moeten kinderen kleiner dan 1,35 m en lichter dan 37 kilo gebruik maken van een geschikt kinderbeveiligheidsmiddel. Alle anderen moeten de gordel dragen. f. Er is een uitzondering voor het gebruik van kinderbeveiligheidsmiddelen voor groepsvervoer en incidenteel vervoer over een korte afstand door anderen dan de eigen ouders. |
| 2.5. In- en uitstappen: | De kinderen dienen op een veilige
plaats in- en uit te stappen: aan het
trottoir, of als er geen trottoir is,
in de berm. Begeleiders dienen zelf
ook altijd uit te stappen. |
| 3.1. Schoolreis: | De directie ziet toe op het
volgende: Ouders, of andere personen
die optreden als begeleiders tijdens
de schoolreis, volgen de aanwijzingen
van de directie en leerkrachten op. |
| 3.2. Per touringcar: | a. In een touringcar mogen niet
meer leerlingen zitten dan er
zitplaatsen voor volwassenen zijn.
Hoeveel zitplaatsen er zijn, is te
vinden op het keuringsbewijs dat
aanwezig moet zijn in de touringcar.
b. Het verdient de voorkeur in een touringcar te beschikken over tenminste 1 begeleider per 6 leerlingen. c. Begeleiders dienen tijdens de schoolreis verspreid in de touringcar te zitten. d. In autobussen moeten de beschikbare gordels gebruikt worden. Indien kinderen onder de 12 jaar geen gordel dragen, is de chauffeur strafbaar. |
| 3.3. Per auto: | a. Er wordt niet in colonne
gereden, maar er worden afspraken
gemaakt over de te rijden route en
evt. rustplaatsen. b. Bij voorkeur is er in ieder vervoermiddel naast de chauffeur een begeleider aanwezig. |
| 4. Verzekering: | a. De directie draagt zorg voor
deugdelijke verzekering wanneer
gebruik gemaakt wordt van
vervoermiddelen die eigendom zijn van
de school en die gebruikt worden voor
het georganiseerd groepsvervoer van
leerlingen. b. De directie vergewist zich van deugdelijke verzekering wanneer voor het georganiseerd groepsvervoer van leerlingen gebruik gemaakt wordt van voertuigen die eigendom zijn van ouders c.q. vrijwilligers. c. Wanneer voor het leerlingenvervoer gebruik gemaakt wordt van de diensten van een vervoersmaatschappij, vergewist de directie zich van deugdelijke verzekering door deze maatschappij. |